Afspraken Werkgroep Farmacie

Afspraken Administratieve Lastenvermindering Werkgroep ALF [1]               

 Medische noodzaak

  1. In het kader van Het Roer Gaat Om (HRGO) is afgesproken dat formulieren om medische noodzaak (MN) te onderbouwen zijn vervallen.
  2. De apotheker heeft vanuit de WGBO als specialist een eigen verantwoordelijkheid om de MN te beoordelen.
  3. Aangesloten wordt bij het uitgangspunt van HRGO dat de basis ligt in het vertrouwen in het professioneel handelen van de huisarts en de apotheker.
  4. In het geval van nieuwe medicatie en in het geval van ontslag uit de tweede lijn, wordt er in beginsel met een generiek geneesmiddel gestart.
  5. In andere situaties is de aanduiding MN op het recept van de huisarts voldoende om de rechtmatigheid van de verstrekking te onderbouwen.

 Medicatie in Geïndividualiseerde Distributievorm

  1. In het kader van Het Roer Gaat Om (HRGO) is afgesproken dat er alleen nog bij de start van een door de huisarts geïnitieerde aflevering in een Geïndividualiseerde Distributievorm (GDV) een machtiging wordt afgegeven. Het jaarlijks herhalen van de machtiging is niet nodig.
  2. De jaarlijkse machtiging bij een GDV komt ook voor apothekers te vervallen. Evaluatie van het gebruik conform de KNMP-richtlijn volstaat.[2]

 Dieetpreparaten

  1. In het kader van Het Roer Gaat Om (HRGO) is afgesproken dat de huisarts zich bij het voorschrijven van dieetpreparaten kan beperken tot het vermelden van een indicatiecode op het recept. Hierdoor hoeft er door de huisarts geen formulier meer te worden ingevuld.
  2. Een door de huisarts voorgeschreven recept met de indicatiecode is voor apotheken en zorgverzekeraars voldoende om aan te tonen dat er sprake is van een rechtmatige aflevering van een dieetpreparaat.
  3. Voor de situatie dat de huisarts niet de voorschrijver is, is een formulier wel noodzakelijk.
  4. Zorgverzekeraars gaan in samenwerking met apothekers, diëtisten en leveranciers een gezamenlijk – zo beknopt mogelijk – formulier dieetpreparaten ontwikkelen en hanteren. Zodra dit formulier beschikbaar is, is deze te vinden op www.znformulieren.nl 

Verbandmiddelen

  1. In het kader van Het Roer Gaat Om (HRGO) is afgesproken dat de huisarts zich bij het voorschrijven van verbandhulpmiddelen kan beperken tot een lijst indicatiecodes op het recept. Er hoeft door de huisarts geen formulier meer te worden ingevuld.
  2. Een recept met de indicatiecode is voor apotheken en zorgverzekeraars voldoende om aan te tonen dat er sprake is van een rechtmatige aflevering van een verbandhulpmiddel.
  3. Voor de situatie dat de huisarts niet de voorschrijver is, is een formulier wel noodzakelijk. Zorgverzekeraars hanteren een gezamenlijk formulier verbandhulpmiddelen.

 Stoppen met roken medicatie

  1. In het kader van Het Roer Gaat Om (HRGO) is afgesproken dat de huisarts bij het voorschrijven van Stoppen-met-roken-medicatie kan volstaan met de aantekening SMR op het recept.
  2. Een door de huisarts voorgeschreven recept met de indicatiecode is voor apotheken en zorgverzekeraars voldoende om aan te tonen dat er sprake is van een rechtmatige aflevering van een SMR-medicatie. Als deze zorg is gecontracteerd, wordt deze vergoed.

Doorgeleverde bereidingen

  1. Er is landelijk beleid over aanspraak doorgeleverde bereidingen. Zie informatie op de website van ZN en KNMP.

Minder lasten, meer zorg
Partijen zijn in overleg om te komen tot meer afspraken over administratieve lastenvermindering.

 

[1] Deze notitie is een extractie van het Rapport Vermindering Administratieve Lasten Eerstelijnszorg en het Rapport Werksessie Administratieve Lasten Apotheken-Zorgverzekeraars.
[2] De aanbevelingen uit de KNMP-richtlijn “Zorg voor patiënten met geneesmiddelen in een geïndividualiseerde distributievorm” zijn:

A) Bij ambulante patiënten vindt evaluatie van het gebruik plaats:

1.Eén tot uiterlijk vier weken na de start;

2.En minimaal eenmaal per jaar en bij aanwijzingen van problemen.

Beide evaluaties worden vastgelegd in het patiëntendossier.

 

B) Bij patiënten die professioneel verzorgd worden vindt evaluatie plaats op basis van de hierover gemaakte afspraken tussen apotheek en thuiszorg/instelling.